La Somone
Senegal 2010
Home
Kaart
Foto's
Video's
Links
Contact
Mamadou is een guitig kereltje naar mijn hart. Hij is amper drie maar met zijn sneakers en veel te lange jeansbroek heeft hij al het slungelige van een volgroeide rapper. Mamadou heeft het naar zijn zin in terminal B op Zaventem. Hij raast  rondjes op speed en pletst met de regelmaat van een metronoom tegen de blinkende vloer, maar blijft lachen. In zijn ogen moet dit hier het tofste speelplein ter wereld zijn. Heel wat anders dan het dorre en stoffige van Afrika, zijn thuis. Brussels Airlines, nog steeds een der marktleiders op Afrikaanse vluchten, kleurt de terminal zwart van het volk en leert ons dat we, op een tiental andere vakantiegangers en een paar nonnen na, de enige blanken zijn hier. Tegen de tijd dat ons toestel over de tarmac bolt is Mamadou’s brandstof al opgebruikt. Iets meer dan vijf uur later zal hij wakker worden  in Dakar.
Sinds de laatste keer is hier weinig veranderd. Overijverige veiligheidsagenten jagen je bagage na de pascontrole nog maar eens door de scanner kwestie van een muntstukje te kunnen bedelen. Tja, back in Africa ! Alle middelen zijn goed om een centje mee te pikken. Neen bedelen doen ze niet “ ils demandent la pièce “. Zo is het ook langs de weg. Als je ook maar een beetje vertraagt komen venters van alle slag en alle leeftijden aangestormd om eender wat als koopwaar aan te prijzen. Een zakje cashewnoten , een zonnebril, een ruitenwisser of weet ik veel. Daarvoor riskeren ze letterlijk hun leven langs deze meer dan oververzadigde route naar het zuiden. De eerste kilometers verlopen vrij vlot. De wegeninfrastructuur is er blijkbaar op verbeterd. Langs de weg hebben de  bouwvakkers de jongste jaren ook niet stilgezeten, zoveel is duidelijk. Maar dan is er onvermijdelijk Rufisque. Deze vroegere eerste en bijzonderste commerciële haven van Senegal kende in de 19e eeuw en later een zekere bloei dank zij de handel in arachideolie. Talrijke handelspanden, opslagplaatsen en de handelskamer in koloniale stijl getuigen daar nu nog van. Door de bevolkingsexplosie en de bouwwoede dreigt Rufisque, met meer dan 180.000 inwoners, opgeslorpt te worden door de hoofdstad Dakar en aldus herleid te worden tot een residentiële wijk ervan. Verbonden met een snelweg ligt ze aan de toekomstige autobaan naar Damniadiao, zetel van de belangrijke cementfabrieken. Bovendien levert de thermische centrale van Cap des Biches hier stroom voor quasi het ganse land. Het continu aan- en afrijden van zware vrachtwagens is hier niet vreemd. Rufisque wordt ook wel eens “ porte de la brousse “ genoemd en is het kruispunt van de toeristische wegen tussen Dakar en Saly. Willen of niet je moet erdoorheen met monsterfiles en vertragingen tot gevolg. Door het handig omzeilen van knelpunten bieden de lokale chauffeurs als compensatie een onvervalst beeld van het werkelijke leven in en om deze stad : de georganiseerde chaos ! Eenmaal deze hindernis genomen liggen de aangename vakantieoorden echter voor het grijpen.
Somone is genoemd naar een kleine rivier met oorsprong in het massief tussen Ndiass en Thiès. Deze bevloeit een reeks baobabwouden om zich dan via een wijd zoutwaterbekken in de Atlantische oceaan te storten. Somone ligt aan de Petite Côte en was eigenlijk een deelgemeente van Saly, waarvan het centrum op 9 km ligt. Sinds kort is het zelfstandig en telt ongeveer 3700 inwoners. Oorspronkelijk was het een authentiek vissersdorp van de Lébous bevolking. Gezegend met een merkwaardig ornithologisch natuurreservaat en een der mooiste stranden van de regio is het uitgegroeid tot een bloeiend vakantieoord waar hotels, restaurants en particuliere residenties als paddenstoelen uit de grond schieten. Gelukkig houden ze het bij laagbouw met respect voor de natuur. Somone is dan ook een ideale uitvalsbasis voor excursies naar het nabijgelegen Reservaat van Bandia, de markt van Mbour, de baobabwouden, de brousse , Joal-Fadiouth en zelfs Sine Saloum. Bovendien kan je hier diepzee sportvissen , het vogelreservaat in de lagune bezoeken, een buggytour maken en genieten van de talrijke mogelijkheden tot watersport en het duikcentrum. Zelfs golfbanen liggen hier vlakbij. Dit alles op amper 70 km van de internationale luchthaven.
Wij hebben gekozen voor Royal Decameron Baobab aan het uiterste puntje van Somone direct palend aan de lagune en het vogelreservaat. Dit clubhotel telt 119  in afrikaanse stijl gedecoreerde kamers in bungalowvorm ingeplant in een bloemenrijke exotische tuin. Meer over dit all-inclusive resort via de link hierboven. Momenteel is het hotel maar half bevolkt en is het er relatief rustig. De gasten zijn voor 90% Fransen. Zij voelen zich duidelijk thuis in hun ex-kolonie. Brave mensen anders maar ze hebben slechts één gebrek: ze kunnen hun klepper niet houden. Ze horen zichzelf oh zo graag bezig. Het ergste is nog dat ze op het einde van de dag , niets gezegd hebben !
Salam Maleykoum , bienvenue au pays de la Téranga (vriendelijkheid en gastvrijheid). Wil je hiervan het bewijs dan moet je naar de brousse en haar bewoners toe. Daarvoor gebruik je best een terreinwagen want verharde wegen, die naam waardig, zijn er nauwelijks. De lokale  touroperators hebben, inventief als ze zijn, afgedankte Russische camions omgebouwd tot touringcars zonder ruiten en hebben die in een lelijk oranje kleurtje geverfd. Toegegeven, opvallen doen ze ! Langs het enige stukje verharde weg maakt de begeleider gebruik om enkele aankopen te doen die wij als bezoekers zullen schenken aan de inwoners van zo’n village-brousse. Het betreft eenvoudige maar noodzakelijke producten die vaak voor de armere rurale bevolking onbetaalbaar blijven zoals enkele kilo's rijst, suiker, javelwater, zeep enz. Zo’n dorpje bestaat uit een stel eenvoudige hutjes, al dan niet omheind, naargelang de ethnische groepen die ze bewonen. Senegal telt een bevolking van 12 miljoen inwoners. De grootste groep zijn de Wolofs 36%, de Sérer 15% en de Peulh 12% . Hier tussen Dakar en de Gambiaanse grens vormen de Sérer de meerderheid. Ze zijn lang, slank en hebben fijne trekken en zijn afkomstig van de Nijlvallei, dus eigenlijk Nubiërs. 
Enkele kilometers voorbij Mbour bereiken we de brousse. Het landschap kleurt grijs en stoffig zoals de dorre grond. Van zodra je de eerste hutjes voorbij komt komen joelende kinderen aangelopen. Zij kennen het scenario en hopen dat het lompe oranje vehikel zal halt houden in hun gehucht en het hun beurt is om cadeautjes in ontvangst te mogen nemen. Hoe dan ook zie je overal zwaaiende handjes en lachende gezichtjes. Bij de stopplaats krijgen we uitleg omtrent de levenswijze hier. Dorpjes zonder omheining zijn meesstal bewoond door de nomaden of veehouders. Terwijl de mannen met het vee rondtrekken met het vee  blijven de vrouwen thuis en zorgen voor de kinderen en het huishouden. Wanneer de dieren terug zijn vormen die een natuurlijke omheining en bescherming voor de schamele huisjes en hun bewoners. Stel je echter geen grote veestapel voor. Hier spreken we over enkele geitjes, een paar graatmagere koeien en een ezeltje. De vrouwen van het dorp heten ons welkom en we mogen zelfs een kijkje gaan nemen in de huisjes. Een erg jong vrouwtje, zelf nog een kind van hooguit veertien, toont ons fier haar woonst met inboedel. Veel stelt het niet voor. Een bed met een kast waarin enkele lades en daarop een stel kookpotten en bassins en dat is het.
Alles oogt wel netjes en proper. De kinderen hebben inmiddels elk al een slachtoffer uitgekozen bij wie ze hopen iets los te krijgen.  Al wat blinkt trekt hun aandacht. Ze zijn welopgevoed en bedelen doen ze niet echt maar die oogjes spreken soms boekdelen. Bij het einde van ons bezoek neemt de oudste vrouw van de gemeenschap de geschenken in ontvangst. Zij zal alles netjes verdelen onder de bewoners zodat elk gezin zijn deel krijgt. Er volgt zelfs een dankbaar vreugdedansje met handgeklap.
Verderop landinwaarts komen we bij een interessant project : het schooltje van Sinthiou Mbadane. Het is een gemengde school voor kinderen tussen de 7 en 15 jaar. Dit project werd in 2000 opgericht met als doel de lokale bevolking toe te laten hun nomadenbestaan op te geven en zich definitief te vestigen in de regio. De school staat centraal zodat alle kinderen uit de wijde omgeving, zowel uit de stad als daarbuiten, er terecht kunnen. Ook al moeten sommigen daarvoor meer dan een uur stappen. Gevolg van deze maatregel is dat de mensen nu opteren om huisjes met stenen muren te bouwen en af te zien van die tijdelijke traditionele houten hutjes. Een ambitieus initiatief dat meer stabiliteit en comfort brengt en zowel de leerkrachten als de leerlingen en hun familie weet te bekoren. De allerkleinsten zijn geweldig en zingen uit volle borst ter ere van de bezoekers. De tijd van het uitdelen van bonbons is duidelijk voorbij. De toeristen in de groep hebben nuttiger geschenkjes bij. Ook wij laten hier enkele tientallen kleurpotloden en kogelpennen achter waar de schooldirectie uiteraard heel blij mee is. Veel staatssubsidies zijn ze hier immers niet gewoon. Mij is het opgevallen dat er in de door ons bezochte klas slechts twee landkaarten hangen: de wereldkaart en die van België. Dat zullen die babbelzieke Fransen thuis niet vertellen, vrees ik.
Onderweg naar weer een ander dorp zien we twee vrouwen die met behulp van een stevig houten gereedschap een gewas staan te pletten in een grote pot.
Piler le mil “ heet dat. Mil is een graansoort en groeit op een stengel met  blaadjes en kleine platte korrels, een beetje vergelijkbaar met onze mais. Deze plant is uiterst bestand tegen hitte en droogte en wordt dan ook over honderden hectaren verbouwd tijdens het regenseizoen ( juli tot september) tussen Rufisque en Joal-Fadiouth. Samen met rijst behoort mil (gierst)  dus tot de basisvoeding in deze regio. De losse zaden ervan worden vooral verwerkt in wat wij het best kennen als couscous. Een andere plant die in deze regio het landschap overheerst is de baobab, het symbool van Senegal. Sommigen noemen hem l’arbre bouteille omdat hij in zijn vezels een ongelooflijke massa water kan absorberen en opslaan en aldus het lange droge seizoen weet door te komen. Aan de baobab worden dan ook bijzondere eigenschappen toegeschreven. Zo is zijn sap een Immodium-vervangend en natuurlijk middel tegen diarree, wat de Senegalezen zo mooi “ le  rhume des fesses “ noemen. Anderen betitelen de baobab dan weer als een heilige boom omdat hij de geest van de afgestorvene stamhoofden zou herbergen. Hoe dan ook is de baobab  een verzamelplaats waarrond de tradities en het gedachtegoed van een volk wordt doorgegeven.
Bij een enorm exemplaar houden we halt. Met z’n allen, meer dan twintig man, gaan we via een spleet letterlijk de boom in en ontdekken we de eigenaardige structuur ervan. Onder de schors zit een soort dikke isolatielaag van kneedbare vezels waarin het grondwater naar de kruin wordt gestuurd. Voor de rest is de boom hol binnenin. Nogmaals worden de eigenschappen van dit fenomeen dik in de verf gezet en krijgen we de verzekering dat buitentreden uit de boom gelijk staat voor een wedergeboorte met de kracht van een verjongingskuur van vijf jaar. Buiten hebben handige verkopers hun souvenirs opgesteld. Terwijl de meesten gris-gris (soort talisman) en andere prullen kochten ben ik stiekem een keer of vijf in en uit de baobab gekropen, je weet maar nooit .
De laatste etappe en meteen het verste punt op onze broussetocht gaat naar de wekelijkse markt van Ndiagamiao. Voor de bewoners van de brousse is het nagenoeg onbegonnen werk om zich naar de steden te begeven om er hun inkopen te doen. Dus moet de koopwaar naar hen toekomen. Dat gebeurt dan op de rondtrekkende wekelijkse markt. Het is vanzelfsprekend dat hier dan ook nagenoeg alles wordt verhandeld : voeding, kledij, huisraad enz. Onder een loodzware zon op het heetst van de middag ,ruim boven de 30°C, gaan sommige koopwaar zoals vis en vlees al gauw iets minder aangenaam ruiken en zijn de sterke geuren van kruiden en rottende groenten, voor ons westerlingen, nog nauwelijks te harden. Vlug een kijkje en een kiekje nemen en dan rap wegwezen. Temeer dat de verkopers niet bepaald happig zijn op onze aanwezigheid. De meesten onder hen zijn moslim en willen ook al niet op de foto. Bovendien krijgt iedereen al behoorlijk last van de hitte. Dan maar meteen naar die gekke camion en terug naar La Somone waar de dorstigen mateloos kunnen gelaafd worden.
Een van de excursies waarnaar ik uitgekeken had was die naar la Fôret de Bandia, het privé dierenreservaat 65km ten zuiden van Dakar en voor ons vanuit Somone amper 20 km ver. Het werd opgericht in 1990 en wil in de eerste plaats een soort openluchtmuseum zijn voor het culturele erfgoed van de Sérer. Het is gelegen in een baobabwoud van 35 km², is volledig omheind en bedraagt momenteel 2000 ha maar uitbreidbaar tot 3500 ha. Het bezoek aan het reservaat gebeurt per wagen. Er kunnen zelfs terreinwagens gehuurd worden aan de ingang maar steeds moet er een Bandia-gids mee per voertuig. Let wel, de dieren in Bandia zijn ingevoerd uit Zuidelijk en Oost Afrika en komen in het wild niet meer voor in Senegal. Spijtig genoeg werden die door de mensen verdreven of door stroperij uitgeroeid. De dieren hier leven echter wel in alle vrijheid. Je moet ze dus gaan opzoeken zoals bij een gewone safari m.a.w. het moet een beetje meezitten. In dit geval kan je dieren spotten en benaderen zoals : giraf, waterbok, witte neushoorn, kudu , oryx, kaapse eland, impala, aardvarken, pata aap, nijlkrokodil, struisvogel, boompython en reuzenschildpad. Het park bevat slechts één predator , de hyena, maar die zit op afzondering in een afgesloten terrein om de andere dieren niet in gevaar te brengen. Merkwaardig is hoe de natuur zich wist te herstellen door de komst van de ingevoerde dieren en ook wel door de preventie van de initiatiefnemers. Binnen het reservaat kreeg de savanne weer de bovenhand op de Sahel.
Midden het gebied, nog maar eens bij een baobab, ontdekken we menselijke resten. Het betreft een begraafplaats van de Griots, een soort lofzanger of dichter die beschouwd werd als bewaarder en verteller van mondeling over te brengen tradities. Het is of was een wet bij de Sérer dat zij die het land niet bewerkten er ook niet mochten begraven worden onder een tumulus (bergje opgehoopte aarde ) maar dat hun resten dienden verstopt te worden in het baobab bos. Liefst nog tussen de wortels ervan of in de boom zelf. In de stam zelf zien we inderdaad nog meerdere resten
Deze safari eindigt bij de poel waar je volgens de gids mag zwemmen maar je er wel rekening moet mee houden dat het er vol krokodillen steekt. Erg vriendelijk zien deze lieverds er niet uit. Wij dus maar naar onze vertrouwde lagune in Somone , daar bij die pelikanen en die kakelende Fransen. Naderhand bekeken toch blij en zelfs een beetje emotioneel geworden bij deze mini-safari. Nooit had ik durven hopen nu al weer beestjes te mogen kijken in Afrika. Dus toch !
In Club Baobab is het voor de rest genieten van de rust, de zee, het strand en, het mag gezegd , het lekkere eten van de chefs. Die Capitaine au riz à l’huile de palme mocht er zijn !
Ondertussen slaat de voetbalgekte stilaan ook hier toe. Het animatieteam doet zijn uiterste best om iedereen in de zuidafrikaanse voetbalsfeer te brengen met muziek en dans. Vandaag begint het WK2010. Voor ons zit deze korte vakantie er echter op. Wij moeten naar huis en bovendien zijn er zondag weeral verkiezingen in wat nog steeds België heet.
De terugrit naar Dakar loopt aardig wat vertraging op. In iets minder dan drie uur bereiken we, nog net op tijd, de luchthaven. Nu ja, zoals bij ons, verloopt ook hier de vrijdagavondspits niet zo vlotjes.
Tijdens de vlucht gaan mijn gedachten naar mijn maatje Mamadou. Wedden dat hij vanaf morgen op een vuvuzela ligt te toeteren dat horen en zien erbij vergaat  !
naar het fotoalbum
Pas piler son mil avec une banane mûre ! (proverbe Senegalais)
Route : Brussel - Dakar - Brussel
joomla visitor
Find more about Weather in Dakar, SG
Click for weather forecast